Header

   S&p      Hui    S&p    S&p

De Financiële Markt
(bepalend voor onze toekomstige koopkracht!)

Eenvoudig uitgedrukt wordt de markt gevormd door het samenspel van vraag en aanbod, waarvan de prijs de functie is. Dat geldt evenzo voor de financiële markt waarin de rente die prijsfunctie vervult. Stijgt de vraag naar kapitaal dan stijgt normaliter ook de rente. Stijgt het aanbod dan daalt de rente. Maar met het laag houden van de rente geldt dat sinds 2008 niet meer. Hoewel de leenbehoefte groter dan ooit is, wordt de rente “van bovenaf” extreem laag gehouden, omdat anders de rente op de uitstaande staatsschuld niet meer is op te brengen. Spaarders en pensioenfondsen worden daarmee zwaar in de kou gezet.
 

In mijn columns heb ik hierop al dikwijls gewezen. Meest indringend is de column “Viva la Restauration” van 25 november 2009, waarvan een kopie aan “onze oud-bankier” Nout Wellink is verstuurd. Hij antwoordde dat hij er quote: “notie van had genomen”. Een inhoudelijke reactie is (vanzelfsprekend) uitgebleven.
 

De financiële markt
De geld- en kapitaalmarkt vormt verreweg de grootste markt. De belangrijkste spelers op dit vlak zijn de centrale overheden gesecondeerd door hun zogenaamd onafhankelijke centrale banken, wiens taak het is om de koopkracht van de onderdanen veilig te stellen. Om het complex te maken zijn het de 18 grote systeembanken w.o. Bank of America, BNP Parisbas, Citigroup, Crédit Suisse, Deutsche Bank, Goldman Sachs (beschikt sinds 2008 over een bankvergunning), HSBC, J.P. Morgan en UBS die de laatste jaren de politiek weer in de houdgreep hebben genomen. Systeembanken mogen immers niet omvallen en blijven bijgevolg aan het infuus van de centrale banken hangen.

Door het grote publiek de ‘impact’ van een structurele systeemcrisis te onthouden en voor te geven dat het “slechts” om een tijdelijke verslechtering gaat, blijft de relatieve rust op de kapitaalmarkt sinds de val van Lehman in 2008 min of meer gehandhaafd. Essentieel is dat de kredietfunctie van de banken als vliegwiel van de economische groei sinds WO II als gevolg van de bedenkelijke derivatenhandel (zie mijn column Olifant in de Pels van 28 november 2006) op een doodlopend pad staat “geparkeerd”. De centrale overheden wisten niets beter te doen dan de volledig insolvente systeembanken te redden op kosten van de belastingbetaler bij wie straks middels lastenverzwaringen en koopkrachtverlies de rekening wordt neergelegd.
 

Financiële crisis = systeemcrisis
Het zijn de systeembanken geweest die ver buiten de nooit exact vastgelegde kapitaalratio eisen (welk percentage van het eigen vermogen mag worden uitgeleend) met “overspelige” producten de markt hebben overspoeld en de huidige financiële crisis hebben veroorzaakt. Daardoor zijn we in de moeder aller crises beland: een  systeemcrisis als gevolg van falend toezicht der centrale banken alsmede van de zgn. rating bureaus als Standard & Poor, Moody’s en Fitch die zich Nota Bene door hun opdrachtgevers (de banken!) lieten honoreren.
 

Volgens een voetnoot in één der laatste berichten van de Bank of International Settlements (centraal overlegorgaan der centrale banken) in Basel dient er door de grote banken alleen al tot 2012 een bedrag van ruim $5.000 miljard te worden afgelost dan wel geherfinancierd. Meer dan de helft hiervan komt voor rekening van Europese banken. Deze banken verkeren in competitie met diverse staten die eveneens hun schulden op de een of andere wijze moeten kunnen blijven financieren. Volgens Amerikaans Minister van Financiën is digitaal geld bijdrukken noodzakelijk om een totale monetaire ineenstorting te voorkomen. Dus geld bijdrukken uitsluitend om de ineenstorting uit te stellen? Jawel!
 

De implicatie van een en ander is dat thans de totale mondiaal uitstaande schuld (de particuliere schuld niet meegerekend) groter is dan het totaal opgetelde mondiale bruto product ter grootte van ongeveer $58 biljoen (twaalf nullen).
 

Het zal duidelijk zijn dat een dermate grote schuldsom op geen enkele normale wijze meer valt te saneren. Verslaafd aan schuld wordt deze bubbel steeds verder opgeblazen. Hiermee is de geest volledig uit de fles. Toegeven hieraan zou voor elke toppoliticus of topbankier gelijk staan met het hoofd in de strop leggen hoewel er uiteindelijk voor hen no place to hide is! Zie voor de inzichtelijkheid onderstaand schuldenoverzicht van ’s werelds grootste schuldennatie. De totaalsom kwam op bijna negen maal het Amerikaanse BBP uit

 


NB. dit was de situatie anno maart 2010. In juni berekende de Amerikaanse Central Budget Office (CBO) dat de federale schuld (sub a) in 2020 verder zal zijn opgelopen naar ruim $20 biljoen (trillion in Engels) of bijna een verdubbeling! Wie betaalt?
 

Beheersing van de kapitaalmarkt
Hoewel we in een zgn. vrije democratie leven en ons eigen parlement mogen kiezen, staat de kapitaalmarkt zover van ons af dat we de staat alle ruimte bieden om deze markt tot in de klucht te exploiteren. Hiertegen bestaat nauwelijks adequaat verzet!


De gevolgen hiervan worden in de financiële pers (mijn columns worden hierin categorisch geweigerd) in het algemeen zwaar onderbelicht. Het zou natuurlijk nooit mogen zijn dat een soevereine staat annex centrale bank bij wijze van spreken een blanco check krijgt om de kapitaalmarkt zonder adequate checks and balances “uit te wonen” en ongelimiteerd ‘out of thin air’ (uit het niets) bogus (digitaal)geld bij te drukken om de oplopende schulden te kunnen blijven financieren. Door de gevolgen hiervan niet of onvoldoende voor het voetlicht te brengen, is de financiële pers mede verantwoordelijk voor het feit dat de voortdurend aangroeiende staatsschuld op ons  nageslacht zal worden afgewenteld!  
 

Gevaar van hyperinflatie (sterke koopkrachtdaling)
‘Plus ©a change’. Zodra de overcapaciteit aan fiatgeld op de markt wordt “losgelaten” (in het Engels heet dat ‘velocity’) is ook dit hek van de dam. Omdat deflatie met alle (geld)middelen wordt bestreden, dreigt anderzijds juist het gevaar van hyperinflatie.
 

Immers, het teveel in circulatie gebrachte geld (aanbodzijde) doet de waarde (koopkracht) ervan evenredig dalen en op enige termijn een soort Zimbabwe scenario ontstaan. Zolang de banken echter het door de staat ontvangen geld “tegen de borst blijven drukken” om hun balanspositie te versterken en het niet uitlenen, blijven we in het Japan scenario (weinig groei maar wel een groeiende staatsschuld) hangen. Geen enkele florerende economie kan echter zonder gezonde staatsfinanciën vice versa, een dosis productiviteit en een “onderpand” in de vorm van adequate (goud)reserves zoals tot 1971. Het gaat immers om het economisch inverdieneffect en om een op reële (onvervalste) cijfers gebaseerd marktvertrouwen.
 

Koopkrachtdaling onafwendbaar
De consistente stijging van de edelmetaalprijs of beter de waardedaling van het papiergeld is het beste bewijs van de verstoring van het mondiale monetaire systeem. De daling der valuta’s vertaald in de stijging van de goudprijs begon vrijwel direct na de (tijdelijke!) ontkoppeling (einde inwisselbaarheid) van de dollar/goudrelatie in 1971.
 

Tot die tijd stond een troy ounce nog gefixeerd op $35. Na die tijd werden de andere valuta’s losgekoppeld van de dollar en golden er slechts “zwevende” valuta’s. De ontkoppeling van het goud luidde tevens de opening van de kredietsluizen in (credit cards, tophypotheken alsmede de vermaledijde kredietderivaten).
 

Met een marktomvang van 20 maal(!) de wereldeconomie, verwerden deze derivaten (w.o. versneden hypotheekproducten met afzekeringen) door Warren Buffett omschreven als ‘weapons of mass destruction’ tot de schandvlek van het systeem. Vanwege de versoepeling der bankregels zijn ze niet of nauwelijks terug te vinden in de boeken der banken. In plaats van superwinsten zouden de banken na reële afschrijving hierop superverliezen moeten rapporteren! Het rapporteren van deze verliezen zou anderszins duiden op de bevestiging van de bankencrisis (lees: systeemcrisis).
 

Om hun export te bevorderen hebben met name de Aziatische landen à la Japan juist gekozen voor een koppeling aan de dollar om op deze wijze een belangrijke stap naar ontwikkeling te kunnen zetten. Met de dollar nog steeds als reservevaluta kon de V.S. jarenlang op de pof leven doordat de Amerikaanse schuld door deze landen werd opgenomen om hun export naar de V.S. veilig te stellen. De producten uit de lage lonen landen hielden de inflatie laag en daardoor kon ook de rente dalen. Het geld werd goedkoop en de risicoperceptie werd bijgevolg steeds geringer.
 

Als gevolg van de steeds hoger oplopende schulden in de Westerse wereld groeit de  onzekerheid. Iedereen met papiergeld dreigt straks eigenaar van een zgn. ‘I owe you nothing’ te worden! Immers, papiergeld is niet meer dan een belofte tot behoud van koopkracht. Straks zal blijken dat beleggen in “papier” niet meer dan beleggen “in lucht” is geweest.
 

In het verleden zijn grote imperiums aan deze ‘zonde’ ten onder gegaan, soms na een voortbestaan van vele eeuwen zoals het Perzische Rijk, het Romeinse en het Byzantijnse Rijk. Na zo lange tijd is er geen enkele twijfel meer aan de integriteit van het financiële bestel. Je zou bijna zeggen dat de V.S. op dit ‘feel good’ gevoel hebben ingespeeld en zelfs kenbaar dorsten te maken dat ‘the dollar is our currency but your (naar ons wijzend) problem’! De euro diende een veiliger tegenhanger te worden maar ook hier bleek de praktijk sterker dan de leer (Maastricht!).
 

Alternatief
Een goed alternatief voor een nieuwe reservevaluta is er (nog) niet. De hoogste ogen gooit intussen de Chinese yuan of renminbi gezien het snel stijgende BBP dat zo langzamerhand op gelijke hoogte met het Amerikaanse is gekomen.
 

Hoe dan ook geldt de dollar als ‘the worst currency except for all others’ (euro, pond, yen). Wanneer het internationale monetaire systeem ingeleid door de ‘bond bubble’ implodeert, zal de rol van de dollar waarin ook alle grondstoffen genoteerd staan, zijn uitgespeeld. Dat lot lijkt ook de euro bestorven.
 

In elk geval zal het edelmetaal uitgedrukt in “papier” dan een waardeaanduiding krijgen met minstens een “nul” er achter. Voor de meesten een niet te bevatten toekomstbeeld.

 


Zoals onderstaand overzicht laat zien, zijn alle majeure valuta’s in goud uitgedrukt vooral de laatste 10 jaar sterk gedeprecieerd of hebben m.a.w. koopkracht ingeleverd. Men zegt dat de goudprijs is gestegen, terwijl het goud niet anders dan een “constante” is. In de grondstoffensector valt een soortgelijke ontwikkeling waar te nemen.

 

 


Bij de verdere economische uitbouw van de ontwikkelingslanden met China en India voorop zal blijken dat de hard assets sector dus ook edelmetaal nog voor jaren een dominante rol zal blijven spelen op het internationale marktplein. Op zich is dat een sluimerende inflatiefactor.
 

Aan de hand van onderstaande grafiek wordt duidelijk dat je met steeds minder goud steeds meer goed (huis, auto, aandelen etc.) koopt. Deze tendens bevindt zich voor zo lang dat nog duurt in aanloopfase II. De finale fase wordt bereikt bij de omslag wanneer het vertrouwen in het huidige systeem ophoudt te bestaan.

 

 

In deze grafiek waarin de goud/S&P relatie centraal staat is inzichtelijk gemaakt dat we ons in de huidige cyclus nog ergens op de mediaan (rode lijn – goud 1,4 maal de S&P) bevinden.

Onderstaande chart van Trend Macrolytics laat een nagenoeg convergent beeld zien van de S&P vanaf mei 1936 geprojecteerd op de S&P curve vanaf juli 2009. Opvallend is dat deze ontwikkeling nagenoeg identiek is. Het verdere verloop zoals vanaf mei ’37 is aangegeven, dienen we vooralsnog voor deze tijd af te wachten.

 

 

Nieuwe rol China
Na de omslag zal China naar alle waarschijnlijkheid de meest dominante natie op het internationale podium worden, zowel financieel/economisch als militair. De edelmetaal- en grondstoffensectoren staan daarin centraal. Immers, de yuan kan de reservefunctie van de dollar pas overnemen nadat het koopkrachtverlies van de aangehouden dollar-reserves met de verkregen goudreserves kan worden opgevangen. En, naarmate de binnenlandse consumptie China’s exportafhankelijkheid heeft ingehaald, kan de inflatie eenvoudigweg worden beteugeld door de munt verder te laten stijgen. Vergelijk dit met de positie van de dure dollar tot 1971. Het in de bovenstaande grafiek geschetste koopkrachtverlies maakt edelmetaal en grondstoffen te onzent onbetaalbaar. Voor de meesten nog een brug te ver maar een gezegde luidt: “de markt kan veel langer irrationeel blijven dan de rationaliteit toelaat”. Dit heeft te maken met het nu eenmaal trager groeiende besef of inzicht in c.q. acceptatie van de werkelijkheid.
 

De Strategische Portefeuille
De financiële toekomst (pensioen!) heeft bijgevolg nog nooit om zoveel aandacht gevraagd maar heeft ook nog nooit zulke goede kansen geboden. De “Strategische Portefeuille” speelt hierop bij uitstek in. Middels een zorgvuldige en dynamische asset allocation wordt stapsgewijs (kopen op aangeduide dips) een portefeuille opgebouwd met als doel in de eerste plaats de koopkracht veilig te stellen en voorts om maximale vermogensgroei te bevorderen. Zo waren destijds ook de pensioenfondsen bedoeld!
 

Daarbij dienen de huidige resultaten en koersvorming slechts als referentiepunt voor de toekomst te worden beschouwd, ook als deze fondsen vooralsnog blijven correleren met de huidige beursontwikkelingen. Het gaat echter om de divergente ontwikkeling die ná de omslag evident zichtbaar zal worden.

NB. Deze video laat zien in welke werkelijke (financiële) wereld we leven!

 

De Strategische Portefeuille biedt u de beste overlevingskansen – aanmelden.

 

Goud


Zilver

Platinum

Palladium


Euro/Dollar

Olie

10 “gouden” portefeuilleregels

 

  1. heeft u reeds een portefeuille, pas deze dan aan conform het model van de Strategische Portefeuille
     

  2. houd in gedachten dat alle papierwaarden (staatsobligaties, spaardeposito’s, etc) meer dan ooit gevoelig zijn voor koopkracht-verlies
     

  3. koop in tranches (in gedeelten van max. 20%) op dips om de Portefeuille op te bouwen
     

  4. hou zo veel mogelijk spreiding aan met het accent op edelmetaal (40%), agrarische sector (20%), water (15%), energie (15%) en grondstoffen (10%)
     

  5. beleg met discipline en niet met emoties; bouw uw portefeuille gefaseerd op door op dips te kopen, met de Updates als leidraad
     

  6. houd in gedachten dat er aan elke belegging risico’s kleven, ook aan niet beleggen
     

  7. bij aankoop dient altijd een stop-loss te worden meegegeven
     

  8. beleg met geld dat je niet direct nodig hebt en zeker niet met geleend geld
     

  9. geef bij aan- en verkoop altijd een gelimiteerde opdracht op
     

  10. deze Portefeuille is niet bedoeld voor het snelle gewin maar zuiver ter behoud van koopkracht op termijn plus rendement gegeven de daartoe geselecteerde fondsen; bedenk dat deze Portefeuille als een reëel aanvullend pensioen is bedoeld, omdat pensioenfondsen volgens de thans nog geldende statutaire verplichtingen straks niet meer aan pay out verplichtingen zullen kunnen voldoen

 

NB. alle fondsen zijn (in tegenwaarde van) in dollars genoteerd; daar het in alle gevallen zgn. tangible (reële tegenwaarde in de vorm van reserves dan wel in intellectueel eigendom) fondsen betreft, zal een verdere daling van de dollar daarop uiteindelijk niet van invloed zijn.

 

Interessante links:

 


 

 
 

Disclaimer Portefeuille 

Hoewel alle berichtgeving alsmede de fondsprofielen met de grootste zorg worden samengesteld en uitgebracht, kunnen geen waterdichte garanties worden verstrekt. Wel wordt de berichtgeving vanuit eigen bron zowel als van externe professionele research pas na due diligence naar buiten gebracht. De deelnemer is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor de opvolging alsmede de aan- en verkoopbeslissingen die hij/zij hieraan ontleent. 

Het portefeuillebeheer blijft onder het ressort van Robert Broncel, waarbij de deelnemer de vrijheid heeft al dan niet opvolging te geven aan de aanwijzingen ter zake. Het kan voorkomen dat door onvoorziene omstandigheden berichten te laat worden opgenomen zonder dat hiervoor verantwoordelijkheid kan worden genomen. Voorts zal de waarde van de portefeuille fluctueren en kunnen er nooit garanties voor de toekomst aan worden ontleend. 

Het intellectueel eigendom van de portefeuille, analyses en copyrights liggen bij Robert Broncel. Verder mag er zonder toestemming NIETS van deze site worden gekopieerd of op de een of andere wijze elders worden weergegeven.

2011 © Robert Broncel